Welke prijzen heb je gewonnen?
Die vraag stellen jullie vaak in de klas of in een mailtje. Boekenprijzen bedoelen jullie natuurlijk, maar die heb ik niet gewonnen.
‘Maar ik ben ook nog maar net begonnen,’ zeg ik er dan altijd gauw bij.
De Jonge Jury van 2007 vond Schaduwspits een van de vijf mooiste boeken van 2005. Bijna achtduizend scholieren tussen twaalf en zestien jaar vulden een stemformulier in. In totaal werd gestemd op 234 verschillende boeken. Dus, bij de beste vijf zitten was heel, heel eervol, maar het was geen echte prijs. Want Dreadlocks & Lippenstift van Maren Stoffels kreeg de meeste stemmen.
In 1972 deed ik mee aan een prijsvraag van Taptoe. Je moest een cijferpuzzel oplossen en van de uitkomst, 8, iets moois maken. We zijn er met ons gezin de hele kerstvakantie mee bezig geweest.
Op een dag kwam Pepijn, de hoofdredacteur van Taptoe, naar onze school en maakte bekend dat er twee prijswinnaars waren. Mijn zus en ik! Mijn zus had een collage gemaakt van allemaal achten die ze uit tijdschriften had geknipt, en won een paar rolschaatsen. I
k had woorden waarin ‘acht’ zit bedacht en er plaatjes bij gezocht. Ik won een radio-cassetterecorder (als je nog weet wat dat is). De radio heeft het nog jaren gedaan. Daarop luisterde ik altijd de Dik Voormekaar Show.
Alle kinderen van onze school kregen die dag ook nog een Taptoe-dobbelsteenspelletje, dus mijn zus en ik waren echte Helden.
![]()
Mijn inzending voor de prijsvraag van Taptoe.
Vlak daarna heb ik nog een herfstcross gewonnen bij onze atletiekvereniging. Je moest het park door, via heuveltjes, door zandbakken, over trapjes en klimrekken. We startten om de beurt, met vijf minuten tussen elke loper. Overal stonden ze in de gaten te houden of iedereen netjes het parcours volgde. Toen ik over het laatste klimrek moest, fluisterde de controleur: ‘Ga er maar onderdoor.’
Zo werd ik eerste. Ik had nog nooit een sportprijs gewonnen. Ik voelde me helemaal niet schuldig en was echt heel, heel erg blij met mijn gouden medaille.
In 2002 deed ik mee aan een wedstrijd van de Leidse bibliotheek tijdens de Boekenweek. Schrijf een Leids liefdesgedicht, was de opdracht. Ik volgde net een cursus liedjes schrijven en kon dus mooi oefenen.
Ik schreef een sonnet, waarbij de ‘ik’ in het gedicht een Leidse steeg was - de steeg waar mijn schrijfkamertje aan lag. Op de muur van die steeg staat, heel groot, een gedicht van Pablo Neruda. Als ik met open raam aan het werk was, hoorde ik altijd mensen stukken van dat gedicht voordragen.
Ik werd tweede en kreeg een prijs overhandigd door Maarten ’t Hart. In alle Leidse boekhandels lagen boekenleggers met mijn gedicht! Dat is toch wel een soort boekenprijs?! http://www.muurgedichten.nl/neruda.html
Wie is je lievelingsschrijver?
Heb ik niet, hoor. Ik lees wel alles wat uitkomt van Nick Hornby. Hij schrijft voor (jong)volwassenen. Verder lees ik vooral jeugdboeken. Heel mooi vind ik: Tobbe van Michael Engstrom, De schaduw van Skellig van David Almond, Je kent me niet van David Klass en Gaten van Louis Sachar.
Jammer genoeg vergeet ik heel snel het verhaal als ik een boek uit heb. Ik weet dan nog wel dat het mooi was en onthoud ook wel een of meer beelden die indruk maakten (bijvoorbeeld dat die directeur uit de auto stapt in Gaten!), maar helaas vervliegt de rest.
Vroeger las ik graag boeken over kinderen uit heel grote gezinnen of uit heel verre landen. Kinderen die uit Afrika of Zuid-Amerika kwamen of met een schip op reis gingen.
Ik hou van boeken die zich afspelen in een wereld die ik niet ken, met een hoofdpersoon die iets meemaakt waar ik zelf de hele tijd een beetje buikpijn van heb, ook als ik niet lees.
Aan het eind van het verhaal moet de hoofdpersoon iets heel slims doen, iets waarvan niemand dacht dat hij dat kon of durfde (hijzelf ook niet) en dan komt het allemaal goed. Of eigenlijk: beter. Het komt allemaal beter dan het was.
Over mijn leesgedrag ben ik niet zo tevreden. Ik lees veel minder dan ik zou willen. Elke dag lees ik twee kranten (maar allemaal kleine stukjes) en elke week een paar tijdschriften. Eigenlijk allemaal zenuwachtig vlugvlug-gedoe.
Veel liever zou ik belangrijke boeken willen lezen van vroeger. De echte klassiekers, boeken van lijstjes als ‘1001 boeken die je moet lezen voor je doodgaat.’ Gewoon rustig, elke dag een paar uur de tijd nemen en een heel lang stuk lezen.
Helaas ben ik nieuwsgieriger naar boeken die net uitgekomen zijn. En daarbij ben ik ook best een luie lezer: als de zinnen me te lang zijn of als het allemaal te ingewikkeld is, haak ik gauw af.
Verder ben ik gek op boeken die gaan over schrijven. Romans die een schrijver als hoofdpersoon hebben vind ik fijn, omdat ik graag wil weten hoe anderen het doen. Ik wil zo graag weten hoe het eigenlijk moet, een boek schrijven!
Als ik zelf aan een nieuw boek wil beginnen, maar nog niet goed weet waar het over gaat (of als ik gewoon niet durf te beginnen), dan lees ik zo’n boek.
Langzaam krijg ik er dan echt zin in. Al die goeie tips over hoofdpersonen, verhaallijnen en spanning… Tijdens het lezen maak ik aantekeningen en onderstreep ik de belangrijkste stukken. Nu weet ik hoe het moet, denk ik, als ik het uit heb.
Maar als ik dan eíndelijk aan het werk ga krijg ik toch weer allemaal problemen met mijn hoofdpersoon, met de verhaallijnen en de spanning.
Hoe kwam je op het idee om dit boek te schrijven?
Ik had een vriend die een boekje had gemaakt met interviews met mensen die een miljoen euro of meer hadden gewonnen in de Postcodeloterij. Dat waren mooie verhalen, maar ze gingen niet over kinderen. Toen dacht ik: hoe zou het voor een kind zijn om opeens zoveel geld te hebben?
Waarom schrijf je alleen maar boeken voor de middelbare school?
De leeftijd van de hoofdpersonen in een boek bepalen voor wie het boek is; kinderen willen altijd lezen over kinderen die iets ouder zijn dan zijn. Ik schrijf graag over pubers, omdat ze zo leuk, zo moeilijk en zo grappig zijn, dus dat maakt de lezers ook middelbare scholieren.
Van wat voor soort boeken hou je?
Ik hou van boeken waarvan ik tijdens het lezen een beetje buikpijn krijg, omdat ik me zo goed kan voorstellen wat de hoofdpersoon doormaakt, en waar ik aan het eind een ‘groot’ gevoel van krijg. Met ‘groot’ bedoel ik dat ik door het boek iets begrijp wat ik daarvoor nog niet begreep en wat voor heel veel mensen heel erg waar is, waar heel veel mensen iets aan zouden hebben als ze dat wisten, waardoor we misschien zelfs wel een betere wereld zouden hebben.
Heb je zelf weleens de loterij gewonnen?
Nee, of eigenlijk ja: ik heb wel eens veel geld geërfd, waardoor ik net zo in de war raakte als de vader en de moeder van Charlie.
Als jij 6 miljoen wint, wat zou je daar dan als eerst mee doen?
Doordat ik toen geld erfde wonen we in een mooi huis. Als ik nou ook nog zes miljoen euro zou winnen, zou ik een kasteeltje vlakbij ons huis laten opknappen, waar een vriendin van mij geboren is en dat helemaal vervalt; het Huis te Warmond.
Hoe ben je op het idee gekomen om schrijfster te worden?
Ik schreef altijd al voor mijn beroep. Een tijd geleden werkte ik als journalist en maakte een tijdschrift over zeilen. Voor dat blad bedacht ik een rubriek voor kinderen en toen ik daarmee bezig was, ontdekte ik dat ik voor kinderen zoveel mooier schreef. Daarom ging ik een opleiding doen om te leren kinderboeken te schrijven.
Schrijf je nu een boek? (zo ja, welk boek?)
Ik schrijf een heel groot, moeilijk (moeilijk voor mij, niet voor de lezers) boek dat zich afspeelt op een begraafplaats, maar toch niet over zombies of andere enge dingen gaat. Het gaat over de zoon van een heel beroemde televisiester, die zich afvraagt of hij nou echt zelf iemand is of alleen maar de zoon-van.
Droomde je er als kind van om schrijfster te worden?
Nee, ik wilde boerin worden.
Wat vind jij zelf het leukste en het stomste boek dat je ooit hebt geschreven?
Schaduwspits is het meest succesvol, daar zijn er heel veel van gedrukt en volgens jaar verschijnt het ook in Duitsland. Daar ben ik heel trots op. Maar ‘het leukste boek’ of ‘het stomste’, dat kan ik niet zeggen. Dat is alsof je aan een moeder vraagt: wie is je leukste kind? Elk boek/kind heeft weer iets anders leuks. En stoms.