Nu,
32 - nu
Ik ging werken bij het watersportverbond, een organisatie waar allemaal zeilclubs en motorbootverenigingen lid van zijn. Daar maakte ik een maandblad voor.
Op een dag zei iemand: we moeten in het blad meer aandacht besteden aan de kinderen van al onze leden.
Ik mocht die jeugdrubriek maken. Het was voor het eerst dat ik voor kinderen schreef. Ik bezocht een vereniging en maakte verhaaltjes over de kinderen daar. Meisjes die wedstrijden zeilden, jongetjes die hun bootje winterklaar maakten, broertjes en zusjes die met pap en mam op wereldreis zouden gaan. Echt leuk dus, en ik vond ook dat ik er mooier en duidelijker van ging schrijven.
Een paar jaar later ging een vriendin een schrijfopleiding volgen bij Script+. Ze vroeg of ik meeging. Mij best, ik ben gek op leren. (Ik zou een heel leuke website kunnen maken over alle opleidingen en cursussen die ik in mijn leven al gedaan heb.)
De cursus heette ‘Schrijven voor kinderen’ en duurde vier jaar. We kwamen elke maand samen en bespraken elkaars verhalen die we in de tussentijd hadden geschreven.
Na vier jaar zei een docent tegen mij: 'Het is allemaal wel aardig wat je schrijft, maar je maakt je er veel te gemakkelijk van af. Ga maar eens over moeilijke dingen schrijven. Ga maar eens naar je wonden!'
Eerst moest ik huilen. Omdat het zo waar was, wat ze zei. Want eigenlijk deed ik alles maar een beetje halfbakken. Ik maakte me overal maar gemakkelijk van af.
Toen dacht ik: wat zou er gebeuren als ik nou eens heel erg mijn best ga doen? Eén keer? Op een boek? Dat was een enge gedachte. Want als je heel erg je best doet voor iets en het lukt niet… Dan ben je verder van huis dan wanneer je alles maar halfhalf doet. Dacht ik.
Toch ging ik het proberen. Ik huurde eerst ergens een klein schrijfkamertje, want als ik thuis werkte dan ging ik eerst de planten water geven en boodschappen doen en de wasmachine even aanzetten en dan…
O! Dan was de tijd alweer op.
Dus ik zat op dat schrijfkamertje voor mijn beeldscherm te denken aan mijn wonden. Had ik wel wonden? Ik had toch gewoon een gelukkige jeugd gehad? Zonder slaag? Zonder verkrachting? Met genoeg te eten?
Toen ben ik gaan schrijven over mijn puberteit. Over het vriendje dat ik toen had (en die ik trouwens nog steeds een verjaardagsmailtje stuur). Dat werd Leif, mijn lief.
Het pakte dus goed uit, toen ik echt mijn best deed om iets te bereiken. Maar nog steeds vind ik het moeilijk. Elke keer weer - dat Durven.
Freke uit Schaduwspits heeft dat ook. Ze heeft bewondering voor Milan, die wel zijn best durft te doen. Hetzelfde voelde ik, toen ik rondliep bij de jeugdopleiding van Ajax. Honderden jongens die gewoon hun best durfden te doen, allemaal! Als ik probeerde daarover met ze te praten begrepen ze niet eens wat ik bedoelde, zo gewoon was het voor ze.
![]()
Als mensen aan me vragen wat ik doe, dan zeg ik: ‘Ik schrijf.’ Ik zeg nooit dat ik schrijver ben, hoewel ik me had voorgenomen mezelf zo te noemen als ik drie boeken in de boekwinkel had liggen.
Ik vind mezelf geen echte schrijver, omdat ik niet dood zou gaan als ik nooit meer zou schrijven. Omdat ik ook Corien Botman ben als ik nooit meer een letter op papier zou zetten. Ik heb schrijven niet nodig om te bestaan.
Waarom schrijf ik dan nog?
Goeie vraag. Ik denk omdat ik beter schrijf dan praat. Ik wil altijd precies zeggen wat ik bedoel, en als ik dat nog niet weet dan houd ik liever mijn mond. Als ik er langer over na kan denken, dus als ik schrijf, kom ik er iets dichterbij - bij wat ik bedoel.
Ik schrijf ook nog omdat ik er zo veel van leer (en daar hield ik zo van). Schrijven is een goeie manier om iets te leren over jezelf, over anderen en over de wereld.
In al mijn boeken is er daarom wel iemand die zichzelf of iets anders onderzoekt door erover te schrijven. In een dagboek, met een gedicht of door een project te maken voor school. Ga het ook doen!
Hoewel, het schrijven zelf... Ik doe het niet graag. Echt niet.
Ik vind het leuk als er een boek klaar is, maar de weg daar naartoe is niet fijn. Al die twijfel en boosheid, en al die koekjes die ik dan moet eten.
Ik schrijf ook niet voor mijn lezers. Als ik aan een verhaal werk, heb ik maar één lezer in gedachten. Ik schrijf het op voor één iemand - wel steeds iemand anders - maar nooit voor al die lezers die ik niet ken.
Daarom verbaast het me soms als ik kinderen tegenkom die mijn boeken gelezen hebben. En dat ze een boek mooi vonden, of stom, of saai. Ik ben eens op een boekenfeest geweest in Leeuwarden, waar kinderen een toneelstukje speelden dat ze hadden gemaakt van Schaduwspits. Dat was echt heel ontroerend. Op zulke momenten besef ik dat ik misschien toch echt schrijver ben.
Misschien is belangrijkste reden dat ik schrijf wel, dat ik steeds een beter boek wil maken.
Maar als ik het beste boek heb geschreven, stop ik. Beloofd.
Soms fantaseer ik over het leven dat ik echt zou willen leiden.
In dat leven schrijf ik niet.
Dan woon ik op een warm eiland, niet te ver van Nederland, want er moeten wel lekker veel mensen langskomen. Ik heb een huis in de buurt van een stil strand, met een groentetuintje.
’s Avonds kook ik mijn eigen worteltjes en ik bak er een zelfgevangen visje bij. Als het donker wordt ga ik naar bed. Ik sta pas op als het licht wordt.
Overdag lig ik de hele dag in de zon te lezen. Al die boeken die nog in mijn kast staan.
Dus, gelukkig dat anderen wel blijven schrijven.
![]()
Hier zou ik dan wonen