Later,
16 - 32
Nou ja, ik hield wel van lezen, maar ik wilde zelf mijn boeken uitzoeken. Als ik Nederlands ging studeren, moest ik allemaal verhalen uit de middeleeuwen lezen en daar had ik echt geen zin in. Niemand mocht zich vroeger met mij bemoeien. Het was voor iedereen verboden om te zeggen wat ik moest doen.
Meneer De Haas had natuurlijk wel alles mogen zeggen. Maar van hem had ik de laatste jaren van de middelbare school geen les meer. Daarom ging ik eerst kunstgeschiedenis studeren. Dat was een foutje. We gingen op excursie naar Florence. Dat is zo’n beetje de hemel voor kunstgeschiedenisstudenten, maar ik vond het heel erg dat we binnen een mooi plafond moesten bekijken terwijl buiten de zon scheen.
![]()
Plafond in de kerk van San Miniato al Monte
Dus toen liep ik weg. Ja, echt! Zo naar het station, zo in de trein, zo terug naar Nederland. Ik had niemand verteld dat ik wegging, dus half Florence was in paniek. Heel lang heb ik het nogal stoer gevonden, die ontsnapping. Maar nu vind ik het zó stom!
Waarschijnlijk omdat ik nu zelf moeder ben (je kunt je niet voorstellen hoe je daarvan verandert). Mijn eigen vader en moeder gingen bijna dood van angst en ik zat gewoon lekker bij een vriendje. Het was het stomste wat ik ooit heb gedaan. Tot nu toe.
O, nee, later heb ik ook nog in mijn eentje staan liften op de Canarische Eilanden. Als ik me voorstel wat er toen allemaal had kunnen gebeuren, begin ik nog wel eens te zweten. Mijn moeder weet dat gelukkig nog steeds niet.
Ik ging daar op bezoek bij een vriendje (weer een ander), dat ik die zomer in Nederland had leren kennen. Hij was Spanjaard en zat in het leger op Lanzarote. Ik logeerde in een vakantiepark. Aan het eind van de middag liftte ik naar de kazerne, omdat hij alleen in het weekeinde naar buiten mocht. Met mijn lange blonde haartjes en mijn minirokje…
Ik overleefde en ging mijn Canarie vanuit Nederland brieven schrijven. Onze voertaal was Engels, maar we hadden natuurlijk wel iets beters te doen dan met elkaar praten. Eigenlijk kon hij er geen hout van, van Engels. Maar als ik hem een brief schreef, probeerde ik toch heel mooie zinnen te maken en onderstreepte ik voor de zekerheid de belangrijke woorden. Ik weet niet meer of hij ooit iets terugschreef. We zagen elkaar nog een paar keer, maar toen was het over met de liefde.
Ondertussen was ik toch maar Nederlands gaan studeren. Daar valt niet veel over te vertellen. Ik vond het niet leuk en heb er niet veel van geleerd. Ik heb het wel afgemaakt en toen ik klaar was werd ik sportredacteur bij dagblad Het Binnenhof. Ik was daar voetbalverslaggever, de eerste vrouwelijke van Den Haag. Een paar dingen die ik toen meemaakte, overkomen Freke uit Schaduwspits ook. Soms was het vervelend maar meestal was het leuk, als meisje tussen de voetballers.
![]()
Brief van oom Toon (zie 'Vroeger'), toen ik was aangenomen bij Het Binnenhof
Toch deed ik uiteindelijk weer iets stoms, waardoor ik vond dat ik maar een jaar in Barcelona moest gaan studeren. Ik wilde Spaans leren, zodat ik nooit meer van die krukkige brieven in het Engels hoefde te schrijven. Vanuit Barcelona schreef ik brieven naar vrienden en familie in Nederland. Ik deed er tekeningen bij van grote opstoppingen op kruispunten, want die waren toen enorm; Barcelona werd verbouwd omdat de Olympische Spelen er twee jaar laten gehouden zouden worden.
![]()
Brief met illustratie uit Barcelona
Toen ik na een jaar terugkwam leerde ik Jan kennen. Een half jaar later woonden we samen en toen trouwden we ook nog.
Sindsdien heb ik weinig stoms meer gedaan. Waarschijnlijk omdat Jan zich gewoon wel met mij bemoeit.