Geboren: in 1961 in Hoorn
Het was een nogal moeilijke bevalling van zes uur, volgens mijn moeder, die vreselijk heeft gegild. Ik was heel licht, kon niet warm worden en moest in de couveuse. Mijn moeder wilde mij Charlotje noemen maar dat vond mijn vader te Duits klinken. Toen werd het Corien, naar Corine Rottschäfer, die in 1959 de eerste Nederlandse Miss World was geworden.
Ik lees net op Wikipedia dat mijn naamgenote een paar uur voor de verkiezing brandgaten in haar avondjurk ontdekte. Miss Israel leende haar toen haar jurk. Corine won en Miss Israel werd derde. Maar wat had zíj aan?! denk ik dan.

Corine Rottschäfer
Lagere school: Mariaschool in de Eikstraat
Met een heel strenge directrice. Ze luidde elke ochtend op het schoolplein de bel, een koperen ding aan een stok. Ze rammelde zo hard dat het leek of ze probeerde de klepel los te schudden. We moesten allemaal vlug in rijen gaan staan, met een tegeltje tussen alle kinderen. Pas als iedereen goed stond mochten we naar binnen. Ze heette juffrouw Van Deursen, maar als ze er niet bij was noemde iedereen haar Kip.
![]()
Mijn klas. Ik ben de tweede links op de eerste rij
Sport: atletiek, bij Hollandia
We noemden onze trainster Buuf. Daar was één meisje ooit mee begonnen, die ook echt naast haar woonde buuf is de afkorting van buurvrouw. Maar wij zeiden het ook allemaal: Buuf, mag ik verspringen? Buuf had een zoon die ook lid was van de club. We waren allemaal verliefd op hem omdat hij heel hard kon lopen en omdat hij een hazenlip had.
![]()
Zelfgehaakt verlanglijstje voor Sinterklaas
Middelbare school: Werenfridus Scholengemeenschap. Eerst twee jaar atheneum. Toen drie jaar havo. Toen weer atheneum
1. Ik ging mijn allereerste rapport laten zien bij meneer Neefjes van de Mariaschool. Hij vroeg wie er nog meer naar het Werenfridus waren gegaan. Ik noemde ze op. De laatste was Marietje Nogwat. Haar kon meneer Neefjes zich niet meer herinneren.
‘Die dikke,’ zei ik.
Toen keek hij me aan en zei: ‘Ik wil jou wel eens zien als je zestien bent.’
Vanaf mijn zestiende werd ik inderdaad steeds dikker.
Het is de vloek van meneer Neefjes.
2. Ik haalde mijn vriendinnetje altijd op voor school. Hun hond sprong altijd tegen je op als je binnenkwam. Hij snoof ook heel erg in je kruis.
Uit school gingen we samen naar haar huis. Zij moest dan warm eten. Haar bord stond op een pan met heet water, zodat het eten warm bleef. Haar moeder sliep als we thuis kwamen, want ze was al oud. Mijn vriendinnetje moest alles schoon opeten van haar moeder, want ze was erg mager. Maar omdat ze alles vies vond, at ik eigenlijk altijd haar bord leeg.
![]()
Rapport waarmee ik niet overging
Volgende sport: volleybal
Niet goed, hoor. Ik was te klein en kon niet springen. Ik was elke maandagavond lijnrechter bij het eerste team van onze club. Moest ik in een kolkende sporthal aanwijzen of de bal in of uit was. Ik wees altijd aan wat voordelig was voor mijn eigen club. Soms werd er dan gejoeld of geschreeuwd, maar de hoofdscheidsrechter was het altijd met me eens, behalve als hij echt zelf had gezien waar de bal op de grond kwam.
Ik heb zelfs mijn scheidsrechtersdiploma nog gehaald. Moest ik onbelangrijke wedstrijdjes fluiten van dikke oude mannetjes. Die werden soms heel boos op me als zij vonden dat ik het fout zag. Echt stom. Ik heb het niet lang gedaan.
Studie: Nederlandse taal- en letterkunde in Leiden
Ik verhuisde elk jaar. Dat vond ik leuk – nieuwe kamer, nieuwe huisgenoten. Ik had een vaste verhuizer, een vriend die een paar jaar ouder was en die ik Ome Jaap noemde.
Toen ik eerstejaars was zei hij: ‘Je kunt nooit van iemand anders houden als je niet van jezelf houdt.’ Dat vond ik een verpletterende opmerking.
We schreven elkaar brieven die hij ondertekende met Nonkel en ik met Nicht. Als ik ging verhuizen huurden we een busje en na twee jaar was ik binnen een uur over, zo ervaren waren we.
Werk: sportredacteur bij dagblad Het Binnenhof in Den Haag
Ik werd aangenomen door de hoofdredactie. De chef van de sportredactie wilde helemaal geen meisje erbij, want hij had een ervaren voetbalverslaggever nodig. Ze hadden afgesproken dat ze me weg zouden pesten, maar dat kwam er niet meer van.
Ik had een eigen rubriek waarin ik gezinnen interviewde waarvan alle leden aan dezelfde sport deden. Dat komt ook voor in Schaduwspits; Freke mag een aflevering maken voor die rubriek.
Nog een studie: Spaanse taal en cultuur aan de universiteit van Barcelona
Het leukste waren de lessen van een heel oude, deftige professor over spreekwoorden. Zoals het Nederlands allemaal uitdrukkingen heeft over molens, heeft het Spaans die over stierenvechten.
Vlak voordat ik terug zou gaan werd ik verliefd op een roodharige jongen. Hij was echt leuk, maar ik ging toch terug omdat ik een baan had gevonden in Nederland.
De eerste weken in Nederland woonde ik bij mijn ouders. Dan belde hij en als mijn moeder opnam omdat ik niet thuis was riep hij alleen maar wanhopig ‘Corien! Corien!’ in de hoorn, want hij sprak alleen maar Spaans - en mijn moeder niet
![]()
Opstel in het Spaans over een dag uit het leven van Corien Botman in Barcelona
Werk: tekstschrijver voor verschillende opdrachtgevers
Ik werkte twee jaar voor het watersportverbond als voorlichter en daarna begon ik voor mezelf. Mijn bureautje heette BruTaal Teksten en ik schreef voor bedrijven en bladen.
Ik deed ook vrijwilligerswerk: ik sprak teksten in voor de blindenbibliotheek en gaf in een buurthuis Nederlandse les aan allochtone vrouwen. Dat was moeizaam, want er was niet echt een lesmethode, bovendien konden de meeste vrouwen niet lezen. Er ontstond wel een leuke kookgroep uit, waarbij alle vrouwen een gerecht maakten uit hun eigen land. Ik heb daarna een kookboekje gemaakt van al die gerechten.
Weer een verhuizing: in 1997 met man en kind naar Australië
Onze oudste zoon Jantje was pas twee en hoefde nog niet naar school. We wilden graag naar het buitenland, voordat we vast zouden zitten aan scholen. Grote Jan heeft in Sydney zijn jongensdroom waargemaakt: wedstrijdzeilen in een 18foot-skiff.
Na een half jaar werd Toon geboren. Zijn tweede naam is Sydney.
Ik heb enorm veel brieven geschreven naar Nederland. We hebben met zijn vieren nog een paar maanden door het land gereisd en zijn toen teruggekomen.
Australië is een prachtig land, met mooi weer.
Maar het is ook heel ver en er zijn veel kakkerlakken en kwallen.
![]()
Team Holland op de 18foot-skiff (omgeslagen)
Nu: schrijft sinds 1999 voor kinderen en jongvolwassenen
Mijn eigen kinderen vinden het leuk dat mijn naam af en toe in Kidsweek sta, maar zijn niet bepaald fan van mijn werk.
Mijn oudste zoon vond het eind van Schaduwspits niet leuk en kwam in de eerste versie van Prinsenleven niet verder dan de helft. Misschien moet hij Leif, mijn lief maar eens proberen. Dat is vast spannender, met die seks en zo.
Mijn jongste moet dit jaar Prinsenleven lezen.