Nergens bang voor

Toen Nout de poes van de buurvrouw ging voeren, kon hij haar nergens vinden. De poes dan. Niet de buurvrouw, want die hoefde hij niet te zoeken. Zij lag in het ziekenhuis. Achtentachtig was ze en vanochtend had ze haar heup gebroken. Ze had in de tuin liggen roepen, net toen Nouts moeder naar de schuur liep. Die had meteen de ambulance gebeld. Onderweg naar het ziekenhuis had de buurvrouw aan zijn moeder gevraagd of Nout voor haar wilde zorgen. Voor de poes dan. Niet voor de buurvrouw.,

‘Pssssspspsps! Hagar!’ Nout dook door het gat in de heg naar de buurtuin. Andere mensen kwamen door de voordeur en noemden de buurvrouw ‘mevrouw Smit’, maar Nout mocht ‘Annie’ zeggen en kwam door de coniferen. Ze waren vrienden en zaten vaak samen achterin de tuin. Annie vertelde over de landen waar ze vroeger had gewoond in Afrika, Azië en Zuid-Amerika. Nout luisterde naar haar zacht zingende stem en keek naar haar lichtblauwe, waterige ogen. Soms stopte ze met praten en vertelde ze verder in haar hoofd. Als Nout zijn ogen dichtdeed hoefde hij alleen maar te kijken naar de plaatjes van vulkanen, oerwouden en wilde dieren die in zijn hoofd voorbijkwamen.
‘Pspsps!’ Het werd al een beetje schemerig. Onder de struiken en in het hoge gras was geen Hagar te bekennen. Jaren geleden had Nout net zo naar Rubio gezocht, opeens moest hij eraan denken. Onder de struiken, in het hoge gras, roepend en fluitend. Zijn hondje was mee naar school geweest, op vrijdag vond de juf dat goed. Toen Nout ’s middags allang weer thuis was, bleek Rubio weg.
Kwijt.
Verdwenen.
Nu, ondanks al die jaren zonder hem, wist Nout nog precies hoe Rubio rook, hoe diep hij in je ogen kon kijken alsof hij wist wat je dacht.
Samen met zijn moeder was Nout de weg naar school teruggelopen, roepend met een bibberig stemmetje. Geen spoor hadden ze gevonden.
Op maandag had hij aan alle kinderen uit zijn klas verteld dat Rubio weg was. En Hidde had hem gezien! Vrijdagmiddag, bij de vijver. ‘Grote jongens waren met hem aan het voetballen,’ riep hij.
Nout glimlachte, Rubio hield van voetbal.
‘Nee,’ zei Hidde, ‘mét Rubio gevoetbald.’ Rubio was de bal.
Nout was na school meteen naar de vijver gerend. Eerst had hij alleen gezocht, met een gevoel alsof hij moest overgeven. Later zocht hij samen met zijn moeder en ’s avonds was zijn vader ook nog een keer wezen kijken. Allemaal voor niks.

« Ga terug